Nederland kampioen in biodiversiteitsverlies

Nederland kampioen in biodiversiteitsverlies

Ecosystemen staan onder druk doordat de biomassa van vliegende insecten in de afgelopen tien jaar sterk is afgenomen. Tegelijkertijd zorgt vooral klimaatverandering ervoor dat het aantal verschillende insectensoorten in Nederland toeneemt. Vandaag gaan we in op de huidige stand van de insectenbiodiversiteit in ons kikkerland.

Om direct met de deur in huis te vallen; de insectenpopulatie neemt snel af. In minder dan 30 jaar is de biomassa van vliegende insecten met ongeveer 75% gedaald. Dit heeft grote gevolgen voor de biodiversiteit. Er zijn enkele oorzaak, zoals: insecticiden, monoculturen, verlies van leefgebied en klimaatverandering.

Opvallend is dat het aantal soorten juist groeit, doordat nieuwe soorten profiteren van een warmer klimaat. Toch is de afname in aantallen zorgwekkend: soorten die vroeger veel voorkwamen, zijn nu zeldzaam geworden, waardoor ze als voedselbron voor andere dieren verdwijnen.

Het belang van insecten

Insecten spelen een cruciale rol in onze ecosystemen. Ze fungeren onder meer als planteneters, natuurlijke plaagbestrijders, bestuivers, opruimers en als voedselbron voor andere dieren. In Nederland komen ongeveer 20.000 insectensoorten voor, waarvan 282 exoten. Daarmee vormen ze bijna de helft van alle diersoorten in ons land — een groep die dus zeker niet onderschat mag worden.

Sinds 1992 zijn er habitatrichtlijnen vastgesteld met als doel het beschermen van leefgebieden, het aanwijzen van natuurgebieden en het behoud van specifieke soorten. Maar hoe werken deze richtlijnen in de praktijk uit voor de verschillende soortgroepen?

Kevers

De diversiteit aan kevers in Nederland is groot: er komen zo’n 4.145 soorten voor, waarvan 75 exoten. Kevers vervullen uiteenlopende en belangrijke ecologische functies. Zo helpen mest- en aaskevers bij het afbreken van organisch materiaal, jagen lieveheersbeestjes en loopkevers op andere insecten, en voeden bladkevers zich met planten. Ondanks deze belangrijke rollen staan slechts vier soorten op de Habitatrichtlijn, terwijl de situatie zorgwekkend is: ongeveer de helft van de soorten heeft een ongunstige staat van instandhouding.

De bekendste kever op de lijst is het vliegende hert, de grootste kever van Nederland. Deze soort wordt inmiddels als zeldzaam beschouwd, vooral door de afname van geschikt leefgebied.


Vlinders

Vlinders bestaan uit dagvlinders en de veel talrijkere nachtvlinders. Waar dagvlinders al meer dan een eeuw worden gemonitord, valt er over nachtvlinders nog veel te ontdekken. In Nederland leven circa 2.400 soorten, waarvan 30 exoten.

Dankzij intensieve monitoring zijn de trends goed in beeld — en die zijn zorgwekkend. Volgens het CBS en De Vlinderstichting bereikte het aantal vlinders in 2024 het laagste niveau sinds het begin van de tellingen. Tussen 1992 en 2024 nam de populatie gemiddeld met 56% af.

Toch zijn er uitzonderingen. Sommige bosvlinders, zoals de grote weerschijnvlinder en keizersmantel, profiteren van een warmer klimaat en verbeterde boskwaliteit. Ook enkele zeldzame nachtvlinders breiden hun verspreiding uit. Daartegenover staan veel dagvlinders die sterk achteruitgaan of zijn verdwenen, terwijl andere soorten zich slechts moeizaam herstellen.

Bijen, mieren en wespen

Deze groep omvat circa 5.400 soorten, waarvan 90 exoten. Daaronder vallen onder meer ruim 4.000 sluipwespen, 500 bladwespen, 350 bijensoorten en meer dan 100 mierensoorten.

Binnen deze groep staat een deel onder druk. Zo is 42% van de inheemse mierensoorten bedreigd: negen soorten dreigen te verdwijnen en één is al uitgestorven. Tegelijkertijd heeft Nederland een bijzondere verantwoordelijkheid voor soorten als de stengelslankmier en de zeldzame Kutters gaststeekmier. In stedelijke gebieden zorgen juist enkele exotische soorten, zoals de Argentijnse mier, voor overlast.

Over veel sluipwespen is nog weinig bekend, al spelen sommige een belangrijke rol als natuurlijke bestrijders in de tuinbouw. Van andere wespen weten we wel dat veel soorten de afgelopen eeuw sterk zijn afgenomen. Daar komt bij dat de invasieve Aziatische hoornaar zich snel uitbreidt en een bedreiging vormt voor andere insecten, waaronder honingbijen.

Ook bijen laten een zorgwekkend beeld zien: meer dan de helft van de soorten staat op de Rode Lijst en tientallen zijn al verdwenen. Omdat bijen cruciaal zijn voor de bestuiving van planten en gewassen, krijgen ze veel aandacht. Via Europese regelgeving en de Nationale Bijenstrategie wordt daarom gewerkt aan herstel en betere monitoring van deze belangrijke groep.


Technologie helpt de bijen

Dankzij websites, apps en AI leveren ook niet-experts steeds vaker waardevolle bijdragen aan het verzamelen van soortgegevens — een positieve ontwikkeling voor de kennis van de Nederlandse biodiversiteit. Sommige soortgroepen worden al langdurig gemonitord, vaak door vrijwilligers. Zo volgen vrijwilligers van De Vlinderstichting vlinders op meer dan 1.400 routes en libellen op ruim 500 routes.

Daarnaast is het aantal waarnemers de afgelopen 25 jaar sterk gegroeid. Platforms zoals Waarneming.nl maken het mogelijk om eenvoudig foto’s te delen, die door experts worden gevalideerd, terwijl AI helpt bij het herkennen van soorten. Hierdoor ontstaan ook betrouwbare waarnemingen op plekken waar nauwelijks experts komen.

Dit effect is duidelijk zichtbaar bij zweefvliegen: rond 2000 kwam slechts 10% van de waarnemingen van niet-experts, tegenover 80% in 2010 en zelfs 90% in 2020.

Hoe kun jij helpen?

Steeds meer mensen helpen insecten, en jij kunt eenvoudig meedoen. Met apps als ObsIdentify of via Waarneming.nl leg je vast wat je ziet, en draag je bij aan onderzoek. Ook in je eigen tuin of op je balkon kun je verschil maken: plant biologische bloemen waar insecten op afkomen, zorg voor wat rommelhoekjes met takken en bladeren, en zet een schaaltje met water neer. Laat je tuin af en toe bewust een beetje verwilderen en vermijd pesticiden. Zo geef je insecten de kans om op adem te komen.